ECLI:NL:CRVB:2009:BI8020
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als vervolgingsslachtoffer en burger-oorlogsslachtoffer Nederlands-Indië
Appellant, geboren in mei 1941 te Semarang, diende in maart 2007 aanvragen in op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (WUV) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (WUBO). Beide aanvragen werden door de Pensioen- en Uitkeringsraad afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant vervolging had ondergaan of getroffen was door oorlogsgeweld.
De Raad beoordeelde of appellant voldeed aan de voorwaarden van de WUV en WUBO, waarbij vervolging wordt gedefinieerd als handelingen van de vijandelijke bezetter die leiden tot vrijheidsberoving en/of bedreiging van het leven, en burger-oorlogsslachtoffer als iemand die lichamelijk of psychisch letsel opliep door oorlogsgeweld. Appellant stelde dat hij geïnterneerd was geweest in een kamp te Semarang, maar dit kon niet worden bewezen met voldoende bewijs.
De Raad concludeerde dat de aanwijzingen onvoldoende waren en dat verweersters voldoende onderzoek hadden verricht. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De beroepen van appellant tegen de afwijzing van erkenning als vervolgingsslachtoffer en burger-oorlogsslachtoffer worden ongegrond verklaard.