ECLI:NL:CRVB:2009:BI8019
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening erkenning burger-oorlogsslachtoffer tijdens Bersiap-periode
Appellant, geboren in 1940 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft meerdere keren verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zijn eerste aanvraag in 2003 werd afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat hij persoonlijk aan levensbedreigende omstandigheden was blootgesteld tijdens de Bersiap-periode. Na bezwaar en beroep werd dit besluit gehandhaafd.
In juli 2007 diende appellant een nieuw verzoek in, met aanvullende getuigenverklaringen en details over de vlucht en het omkomen van zijn tweelingbroer. Verweerster handhaafde het eerdere besluit, stellende dat deze nieuwe informatie geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat die aanleiding geven tot herziening.
De Raad toetst terughoudend vanwege de discretionaire bevoegdheid van verweerster en concludeert dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet zodanig nieuw of anders zijn dat herziening gerechtvaardigd is. Objectieve gegevens over het omkomen van de tweelingbroer ontbreken, en de ingediende getuigenverklaringen zijn te algemeen en kunnen niet leiden tot erkenning.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af. De ontwrichting van het gezinsleven en de ervaren dreiging tijdens de Bersiap-periode zijn onvoldoende voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer volgens de geldende criteria.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.