ECLI:NL:CRVB:2009:BI7976
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening uitkering vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante diende in februari 1981 een aanvraag in voor een periodieke uitkering als weduwe van betrokkene, die in 1972 overleed en tijdens de Japanse bezetting krijgsgevangenschap zou hebben doorgemaakt. Deze aanvraag werd in 1987 afgewezen omdat niet was gebleken dat betrokkene vervolging in de zin van de Wet had ondergaan. In februari 2007 verzocht appellante opnieuw om een uitkering, stellende dat betrokkene mishandeling had ondergaan als krijgsgevangene.
Verweerster wees dit verzoek af bij besluit van 27 augustus 2007, gehandhaafd na bezwaar. Appellante stelde in beroep dat verweerster ten onrechte uitging van een verkeerd geboortejaar van betrokkene. De Raad stelde vast dat relevante KNIL-gegevens met het juiste geboortejaar waren betrokken, maar dat betrokkene zelf had verklaard nooit krijgsgevangene te zijn geweest.
De Raad oordeelde dat het verzoek een herzieningsverzoek betrof en dat verweerster discretionair bevoegd is om een besluit te herzien. Er waren echter geen nieuwe feiten of gegevens die aanleiding gaven het eerdere besluit te herzien. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de uitkering blijft gehandhaafd.