ECLI:NL:CRVB:2009:BI7940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid na medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als administratief logistiek medewerker, viel uit wegens gewrichtsklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na onderzoek door verzekeringsarts S.C. Kromokarijo werd appellant per 26 april 2006 hersteld verklaard en werd de uitkering beëindigd.
Het UWV verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, gesteund op rapporten van bezwaarverzekeringsarts M. Keus. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat ongeschiktheid tot arbeid medisch objectief moet worden vastgesteld en dat de verzekeringsartsen een juist beeld hadden van de aard en zwaarte van het werk. Uit uitgebreid medisch onderzoek bleek geen oorzaak voor de klachten en geen aanwijzingen voor ongeschiktheid.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig is genomen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant wordt beëindigd omdat hij niet langer ongeschikt is voor zijn arbeid.