ECLI:NL:CRVB:2009:BI7934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV inzake naheffingsaanslagen loonbelasting en premies
Appellante exploiteert een uitzendbureau en werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen over de jaren 2000 tot en met 2002 vanwege het niet toepassen van het anoniementarief bij loonbetalingen. Dit volgde op een boekenonderzoek waarbij gebreken in de identificatie van werknemers werden vastgesteld.
Het UWV legde correctienota's op, die door de rechtbank werden bevestigd. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het voordeel uit dienstbetrekking dat ten grondslag lag aan het vastgestelde bedrag van € 50.000,-- pas vanaf 2005 premieplichtig is, omdat toen pas een vaststellingsovereenkomst werd gesloten.
De Raad stelde vast dat appellante niet had aangetoond dat het loonvoordeel niet samenhing met de dienstbetrekking en vernietigde de besluiten van het UWV wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.