ECLI:NL:CRVB:2009:BI7447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsuitkering wegens vermogen oldtimers
Appellant verzocht op 17 oktober 2005 om bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De aanvraag werd op 23 februari 2006 afgewezen omdat appellant onvolledige informatie had verstrekt over zijn vermogen, bestaande uit drie oldtimers met kentekenbewijzen op zijn naam. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 25 september 2006 ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit in juni 2007.
In hoger beroep betoogde appellant dat het recht op bijstand wel vastgesteld kon worden ondanks het bezit van de oldtimers: een Chrysler New Yorker, een Pontiac Le Mans en een Pontiac Firebird Trans Am. De Raad oordeelde dat registratie van kentekens op naam de aanname rechtvaardigt dat deze voertuigen tot het vermogen behoren, tenzij het tegendeel wordt bewezen. Appellant slaagde hier niet in, ook al stelde hij dat de Chrysler eigendom was van zijn moeder, omdat hij deze auto feitelijk gebruikte.
De Pontiacs stonden gestald bij een garage, deels gedemonteerd, maar ook deze voertuigen en onderdelen behoren tot het vermogen. De Raad stelde vast dat het vermogen van appellant de vrijlatingsgrens overschreed, mede gelet op taxaties en importkosten van onderdelen. Schulden die tot vermindering van het vermogen konden leiden, waren niet aangetoond. Daarom was het recht op bijstand ten tijde van de aanvraag nihil.
Omdat de rechtbank dit niet had onderkend, vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 25 september 2006, verklaarde het beroep gegrond en liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.