ECLI:NL:CRVB:2009:BI7446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft deze aanvraag afgewezen omdat appellant per 6 december 2006 minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek van het Uwv niet onvolledig of onzorgvuldig was en appellant geen aanvullende medische gegevens had aangeleverd die het oordeel konden ondermijnen. De rechtbank oordeelde tevens dat de belastende aspecten van de resterende functies medisch gezien geschikt waren voor appellant.
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald dat de medische grondslag onjuist is, met name vanwege psychische klachten die hem zouden beletten gangbare arbeid te verrichten. De Raad volgt echter de rechtbank in haar oordeel dat appellant onvoldoende objectieve medische gegevens heeft aangeleverd ter onderbouwing van zijn standpunt. De Raad acht de resterende functies medisch geschikt en bevestigt daarom de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd.