ECLI:NL:CRVB:2009:BI7359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premiekorting arbeidsgehandicapten gebaseerd op brutoloon sociale verzekeringen
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen uitspraken van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die het standpunt van het UWV bevestigden dat voor de premiekorting arbeidsgehandicapten het brutoloon sociale verzekeringen als maatstaf geldt.
Appellant betoogde dat het brutoloon van de werknemer als uitgangspunt moet gelden, wat zou leiden tot een hogere premiekorting. Het geschil spitste zich toe op de uitleg van de artikelen 79b, derde lid, van de WAO en 82a, derde lid, van de WW.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wettelijke bepalingen en de toelichting daarop geen aanleiding geven af te wijken van het loonbegrip zoals opgenomen in de artikelen 13 van de WAO en 14 van de WW, te weten het brutoloon sociale verzekeringen. Ook het niet instellen van hoger beroep door het UWV in een andere zaak leidde niet tot een ander oordeel.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraken en wees het beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het loonbegrip in de premiekorting arbeidsgehandicapten het brutoloon sociale verzekeringen betreft en wijst het beroep af.