ECLI:NL:CRVB:2009:BI6965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire strafontslag wegens langdurig alcoholgebruik op de werkvloer
Appellant was werkzaam bij de gemeente Groningen en vertoonde sinds 2001 herhaaldelijk problematisch alcoholgebruik op de werkvloer. Dit leidde tot waarschuwingen, afspraken, buitengewoon verlof voor behandeling, re-integratiepogingen en uiteindelijk een laatste kans. Ondanks deze maatregelen bleef appellant zich schuldig maken aan plichtsverzuim.
Na een medische beoordeling dat geen sprake was van arbeidsongeschiktheid, legde het college op 11 april 2006 met toepassing van artikel 8:13 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Groningen onmiddellijk strafontslag op. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat appellant zich ernstig plichtsverzuim heeft veroorloofd en dat het gedrag hem kan worden toegerekend. De Raad oordeelt dat de straf niet onevenredig is gezien de ernst en duur van het verzuim. De door appellant gevraagde laatste kans was reeds gegeven en niet benut. Persoonlijke omstandigheden zoals financiële problemen rechtvaardigen het ontslag niet.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het disciplinaire strafontslag wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.