ECLI:NL:CRVB:2009:BI6816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding termijn zonder aannemelijke verzending
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of betrokkene tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Betrokkene had bezwaar ingesteld tegen besluiten van 9 en 16 februari 2007, maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn voor het indienen van een bezwaarschrift.
De rechtbank Rotterdam oordeelde aanvankelijk dat betrokkene tijdig bezwaar had gemaakt op basis van een afschrift van het postregistratiesysteem en een toelichting van de gemachtigde, ondanks het ontbreken van de originele enveloppen. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV en verklaarde het beroep gegrond.
In hoger beroep betoogde het UWV dat het enkel overleggen van een postregistratiebewijs onvoldoende is om aannemelijk te maken dat het bezwaar daadwerkelijk tijdig is verzonden, zeker omdat de bezwaarschriften niet aangetekend waren verzonden. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het standpunt van het UWV en oordeelt dat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bezwaarschriften tijdig zijn verzonden. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend en de verzending onvoldoende aannemelijk is gemaakt.