ECLI:NL:CRVB:2009:BI6030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen op gesprek en niet verstrekken informatie
Appellanten ontvingen bijstand en vroegen toestemming voor verblijf in Marokko van 4 tot 31 oktober 2006. Het College verleende toestemming, maar kreeg een melding dat zij mogelijk eerder waren vertrokken. Op 25 september 2006 probeerde het College een huisbezoek, maar trof appellanten niet aan en liet een brief achter voor een gesprek op 26 september 2006. Appellanten verschenen niet.
Het College schortte het recht op bijstand op vanaf 26 september 2006 wegens het niet verstrekken van noodzakelijke informatie en gaf een herstelmogelijkheid op 2 oktober 2006. Appellanten verschenen ook niet op deze datum, waarna het College de bijstand introk met terugwerkende kracht per 26 september 2006. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College terecht het recht op bijstand opschortte en introk. Appellanten hebben verwijtbaar verzuimd te verschijnen en noodzakelijke informatie te verstrekken. De door appellanten aangevoerde omstandigheden, zoals mededelingen van familieleden en psychische beperkingen, zijn onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens niet verschijnen op het gesprek en niet verstrekken van noodzakelijke informatie wordt bevestigd.