ECLI:NL:CRVB:2009:BI5977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 80-100% ondanks bezwaar appellant
Appellant heeft op 16 maart 2006 een WIA-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, en de arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant een verlies aan verdiencapaciteit van 37% had. Het UWV kende een WGA-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat hij niet in staat was gangbare arbeid te verrichten en dat een bezwaarverzekeringsarts het besluit onjuist zou hebben bevonden. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar bracht geen nieuwe gegevens in die het medisch oordeel van het UWV konden weerleggen. De Raad onderschreef de eerdere bevindingen en oordeelde dat de arbeidskundige onderbouwing voldoende was toegelicht. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
De Raad besloot geen toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro en verklaarde het onderzoek na heropening gesloten, mede omdat de voormalig werkgever niet wenste deel te nemen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 20 mei 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WGA-uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid.