ECLI:NL:CRVB:2009:BI5090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-feitelijk verblijf op opgegeven adres
Appellante ontving bijstand vanaf april 2004, maar een onderzoek naar haar feitelijke verblijfplaats werd ingesteld vanwege een extreem laag water- en gasverbruik op het opgegeven adres. Dit leidde tot een besluit van het College van B&W Utrecht om de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging. De Raad bevestigde dat appellante vanaf september 2004 niet feitelijk op het opgegeven adres verbleef, mede door het zeer lage verbruik van nutsvoorzieningen dat niet strookte met haar verklaringen over haar leefwijze.
De Raad oordeelde dat appellante geen concrete en verifieerbare gegevens had geleverd die de vooronderstelling konden weerleggen dat zij niet op het adres verbleef. Het College was daardoor bevoegd de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. De Raad zag geen reden om het besluit te vernietigen of de proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-feitelijk verblijf op het opgegeven adres worden bevestigd.