ECLI:NL:CRVB:2009:BI4876

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-142 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.S.E. Wulffraat-van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen vooraankondiging beëindiging Ziektewetuitkering

Appellant maakte bezwaar tegen een passage in een besluit van het Uwv waarin werd gesteld dat de Ziektewetuitkering zou worden beëindigd zodra appellant hersteld zou zijn, terwijl de hersteldatum nog niet bekend was. Het Uwv verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat deze passage geen besluit in de zin van de Awb zou zijn, aangezien het geen rechtsgevolg heeft.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond en oordeelde dat de passage slechts een vooraankondiging betrof van een mogelijke toekomstige besluitvorming over beëindiging van de uitkering. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en zag geen reden om hiervan af te wijken.

De Raad concludeerde dat de passage niet kan worden aangemerkt als een besluit en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten opgelegd.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de passage in het besluit is niet-ontvankelijk verklaard omdat deze passage geen besluit in de zin van de Awb is.

Uitspraak

08/142 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 20 december 2007, 07/2647 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 20 mei 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2009. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door S.N. Westmaas.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een uitgebreide weergave van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uit spraak. De Raad volstaat thans met het volgende.
2.1. Bij besluit van 9 juli 2007 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat aan hem, terzake van zijn ziekmelding per 18 juni 2007, een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) wordt toegekend.
2.2. Appellant heeft tegen de volgende passage uit het besluit van 9 juli 2007 bezwaar gemaakt: “Als u hersteld bent, wordt uw Ziektewetuitkering met ingang van de datum van de eerste dag van herstel beëindigd. Uw hersteldatum is nog niet bekend.”
2.3. Bij besluit van 31 juli 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe heeft het Uwv overwogen dat de passage waartegen appellant bezwaar heeft gemaakt geen besluit is omdat deze niet is gericht op enig rechtsgevolg.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is met het Uwv van oordeel dat voornoemde passage niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank is van oordeel dat de door appellant bedoelde passage niet meer dan een vooraankondiging inhoudt omtrent de mogelijke beëindiging van de ZW-uitkering waarover nog besluitvorming dient te volgen.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt voor de Raad geen reden voor een ander oordeel.
4.3. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.S.E. Wulffraat-van Dijk. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2009.
(get.) M.S.E. Wulffraat-van Dijk.
(get.) A.C.A. Wit.
KR