ECLI:NL:CRVB:2009:BI4787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante had een WAO-uitkering die het UWV op 30 augustus 2005 introk wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de medische grondslag deugdelijke was, maar de toelichting op de arbeidskundige beoordeling onvoldoende.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar psychische klachten en overhandigde een brief van een arts in opleiding tot specialist en een psychiater. De Raad stelde echter vast dat deze stukken te laat waren ingediend en buiten beschouwing moesten blijven.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische beperkingen zorgvuldig en juist waren vastgesteld. Het rapport van de bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat er op de peildatum geen psychiatrische stoornis was die arbeidsbeperkingen rechtvaardigde. De arbeidskundige rapportages toonden aan dat de functies geschikt waren voor appellante.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en liet de intrekking van de WAO-uitkering in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante medisch en arbeidskundig geschikt is voor de geduide functies.