ECLI:NL:CRVB:2009:BI4720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de vaststelling van het WW-dagloon bij herziening van WAO-uitkering
Betrokkene ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100% en vroeg een aanvullende WW-uitkering aan na herziening van de arbeidsongeschiktheid naar 35-45%. Het UWV stelde het WW-dagloon vast op basis van het WAO-vervolgdagloon. De rechtbank Leeuwarden vernietigde dit besluit en oordeelde dat het dagloon berekend moest worden op het loon in de referteperiode voorafgaand aan het arbeidsurenverlies, niet op het WAO-vervolgdagloon.
De Centrale Raad van Beroep heroverwoog dit oordeel en stelde dat de bepalingen van artikel 13, zesde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen in overeenstemming zijn met artikel 45 van Pro de WW. De Raad benadrukte dat het dagloon een redelijke weerspiegeling moet zijn van het welvaartsniveau bij het intreden van het verzekerde risico en dat het WAO-vervolgdagloon dit doel dient.
Verder overwoog de Raad dat er geen sprake is van een inbreuk op het eigendomsrecht van betrokkene volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van het UWV gegrond en het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het WW-dagloon is ongegrond verklaard en het hoger beroep van het UWV is gegrond verklaard.