ECLI:NL:CRVB:2009:BI4352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering wegens niet verschijnen bij arbeidsinschakelingsgesprekken
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd opgeroepen voor gesprekken op 8 en 15 september 2006 in het kader van arbeidsinschakeling. Hij verscheen niet, waarna het College de bijstand opschortte en vervolgens introk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het niet verschijnen moet worden aangemerkt als het niet voldoen aan de arbeidsinschakelingsverplichting, maar niet als verzuim in de zin van artikel 54 WWB Pro. Het College was daarom niet bevoegd de bijstand op te schorten of in te trekken.
De Raad constateert dat appellant wel tijdig had gemeld verhinderd te zijn, maar dat dit te laat bij het College aankwam en dat de reden bevreemdend was gezien zijn aanwezigheid bij ander onderzoek op dezelfde dagen. Gelet op het ontbreken van verwijtbaarheid en dringende redenen, bepaalt de Raad dat de bijstand met ingang van 8 september 2006 met 20% wordt verlaagd voor de duur van een maand. Tevens wordt het griffierecht vergoed.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt met ingang van 8 september 2006 met 20% verlaagd voor de duur van een maand en eerdere intrekkingsbesluiten worden herroepen.