ECLI:NL:CRVB:2009:BI4145
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitkering wegens ontbreken blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1945 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, gebaseerd op gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode.
Verweerster heeft erkend dat appellant is getroffen door oorlogsgeweld vanwege zijn internering in kamp Kledjo, maar heeft de aanvraag afgewezen omdat niet is voldaan aan het vereiste van blijvende invaliditeit door het oorlogsgeweld. Dit standpunt is gehandhaafd na bezwaar, waarbij is overwogen dat de psychische klachten van appellant geen verband houden met het oorlogsgeweld.
Appellant voerde in beroep aan dat er wel sprake is van psychische invaliditeit gerelateerd aan zijn oorlogservaringen. De Raad heeft echter op basis van medisch onderzoek en adviezen van geneeskundig adviseurs vastgesteld dat de klachten voortkomen uit identiteitsproblematiek en niet uit oorlogsgeweld. Er zijn geen medische stukken die het tegendeel aannemelijk maken.
De Raad concludeert dat de problemen die appellant ervaart niet samenhangen met het verblijf in kamp Kledjo en derhalve geen grond vormen voor een uitkering op grond van de Wet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen verband is vastgesteld tussen de psychische klachten en het oorlogsgeweld.