ECLI:NL:CRVB:2009:BI3766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering ondanks medische klachten zonder duidelijke oorzaak
Appellante heeft zich ziek gemeld met klachten aan het bewegingsapparaat, waarna haar dienstverband is beëindigd. Het UWV heeft haar Ziektewet-uitkering per 18 augustus 2005 ingetrokken omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor haar arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het oordeel van de onafhankelijke neuroloog dr. Anten doorslaggevend was. Deze concludeerde dat appellante geen beperkingen had die haar ongeschikt maakten voor haar werk.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel degelijk ziek was en haar arbeid niet kon verrichten, ondanks het ontbreken van een medische verklaring voor haar klachten. Het UWV stelde dat er geen nieuwe feiten waren en dat het klinisch beeld op de peildatum leidend was. De Raad hechtte opnieuw doorslaggevende waarde aan het oordeel van dr. Anten, die zijn standpunt baseerde op eigen onderzoek en dossierstukken.
De Raad nam ook de brief van de reumatoloog mee, die geen duidelijke oorzaak kon aanwijzen. Het vermoeden van de ziekte van Bechterew en nader onderzoek daarna deden niet af aan de beoordeling op de peildatum. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het beroep van appellante.
Uitkomst: De intrekking van de Ziektewet-uitkering per 18 augustus 2005 wordt bevestigd omdat geen sprake is van ongeschiktheid voor arbeid.