ECLI:NL:CRVB:2009:BI3711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering: feitelijke woonsituatie ondergeschikt aan GBA-adres
De zaak betreft het hoger beroep van de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin betrokkene werd aangemerkt als uitwonende studerende op basis van zijn feitelijke woonsituatie. Appellante had betrokkene aanvankelijk studiefinanciering toegekend volgens de norm voor uitwonenden, maar na controle werd dit herzien en omgezet naar de norm voor thuiswonenden, met terugvordering van het teveel ontvangen bedrag.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard, stellende dat de feitelijke woonsituatie doorslaggevend is, ondanks dat betrokkene op hetzelfde GBA-adres als zijn ouders stond ingeschreven. In hoger beroep betoogde appellante dat de wet (WSF 2000) de GBA-registratie als bepalend stelt en dat de feitelijke situatie alleen relevant is als er een afwijking is tussen GBA-adres en feitelijke woonplaats.
De Raad bevestigt dat de wet onder thuiswonende studerende verstaat degene die op het ouderlijk adres in de GBA staat ingeschreven en dat nuances zoals zelfstandige woonruimtes binnen hetzelfde adres niet tot een andere kwalificatie leiden. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Ook de hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat de wetgever bewust voor deze regeling heeft gekozen.
Uitkomst: Betrokkene wordt als thuiswonende studerende aangemerkt en het beroep tegen het herzieningsbesluit wordt ongegrond verklaard.