ECLI:NL:CRVB:2009:BI3596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks psychische beperkingen
Appellante, die als schoonmaakster werkte en sinds oktober 2003 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt was, kreeg vanaf oktober 2004 een WAO-uitkering toegekend. Het UWV trok deze uitkering per 16 juli 2006 in, omdat appellante volgens hen met haar beperkingen in staat was om in geschikte functies een inkomen te verwerven dat haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15% reduceerde.
De bezwaarverzekeringsarts stelde op basis van medische rapportages en informatie van PsyQ een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op waarin beperkingen werden geformuleerd, met name gericht op eenvoudige routinematige taken zonder intensief samenwerken. De Raad oordeelde dat deze FML adequaat was opgesteld en voldoende beperkingen bevatte.
Vervolgens werden zes functies geselecteerd die appellante zou kunnen uitoefenen. De Raad vond dat één functie, inpakker, vanwege de eis van leesvaardigheid niet passend was, maar de overige vijf functies wel. Deze functies vereisten geen diploma en lagen qua niveau binnen de belastbaarheid van appellante. Hoewel het wegvallen van de functie inpakker de verdiencapaciteit verlaagt, blijft deze boven het maatmanloon.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de WAO-uitkering heeft ingetrokken en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante per 16 juli 2006 wordt bevestigd.