ECLI:NL:CRVB:2009:BI3124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit UWV over niet-ontvankelijkheid bezwaar en wijst doorzending naar rechtbank
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin zijn WAO-uitkering werd verlaagd vanwege arbeidsinkomsten over de jaren 1998 tot en met 2006. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat beroep had moeten worden ingesteld. De rechtbank oordeelde anders en vernietigde het niet-ontvankelijkheidsbesluit, waarbij het UWV het griffierecht moest vergoeden.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het bezwaarschrift wel degelijk gericht was tegen het besluit van 29 augustus 2006, ondanks dat de datum niet expliciet werd genoemd. Volgens artikel 6:15 Awb Pro had het UWV het bezwaar moeten doorzenden aan de rechtbank als beroepschrift.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank behoudens de griffierechtvergoeding, en beval het UWV het bezwaar alsnog ter verdere behandeling aan de rechtbank door te zenden. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde wordt vernietigd en het bezwaar wordt doorgezonden aan de rechtbank voor verdere behandeling.