Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BI3090

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2810 BPW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArtikel 17 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens termijnoverschrijding bij niet-ontvankelijkverklaring beroep pensioenuitkering

De appellanten, erven van de betrokkene, hadden beroep ingesteld tegen een besluit van de Raadskamer Wetten Buitengewoon Pensioen van de Pensioen- en Uitkeringsraad. Dit beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van dertien weken was ingediend.

Appellanten hebben vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting van 14 april 2009 verschenen zij niet, en ook verweerster liet zich niet vertegenwoordigen. De Raad overwoog dat appellanten wel degelijk binnen de beroepstermijn kennis hadden genomen van het besluit, zodat zij tijdig beroep hadden kunnen instellen.

Het aangevoerde verzet bood geen grond om af te wijken van de eerdere beslissing. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding om appellanten te veroordelen in de kosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

08/2810 BPW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in verband met het geding tussen:
de erven van [Betrokkene], wonende te [woonplaats] (Verenigd Koninkrijk), (hierna: appellanten),
en
de Raadskamer Wetten Buitengewoon Pensioen van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet van 18 december 2008 heeft de Raad het beroep van appellanten tegen het besluit van verweerster van 21 december 2007, verzonden op 22 december 2007, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 18 december 2008 hebben appellanten verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 14 april 2009. Appellanten zijn niet verschenen. Verweerster heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 18 december 2008 berust op de overwegingen dat het - op 25 maart 2008 gedateerde en op 1 april 2008 bij de Raad ontvangen - beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellanten niet in verzuim zijn geweest.
Vaststaat dat het beroepschrift niet binnen de beroepstermijn van dertien weken is ingediend.
Uit het beroepschrift blijkt dat appellanten tussen 16 februari 2008 en 15 maart 2008 kennis hebben gekregen van het besluit van verweerster van 21 december 2007. Dit betekent dat zij binnen de termijn beroep hadden kunnen instellen.
Hetgeen appellanten in verzet hebben aangevoerd leidt niet tot het oordeel dat niet-ontvankelijkverklaring van het beroep desondanks achterwege dient te blijven.
Het verzet dient ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2009.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven
KR