ECLI:NL:CRVB:2009:BI3030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAZ-uitkering door het UWV, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verhoogd van 35-45% naar 45-55%. De rechtbank stelde vast dat de medische beperkingen correct waren overgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en bevestigde de geschiktheid van de functies die als grondslag voor de schatting waren gebruikt, maar vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering.
In hoger beroep betoogde appellant dat de beperkingen niet volledig waren verwerkt in de FML en dat met name de beperking ten aanzien van beroepsmatig autorijden niet was meegenomen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag, maar stelde vast dat de functie verkoper groothandel niet aan de schatting ten grondslag kon worden gelegd vanwege de vereiste van beroepsmatig autorijden.
Daardoor lagen minder dan drie verschillende functies ten grondslag aan de schatting, wat betekent dat het bestreden besluit geen voldoende arbeidskundige grondslag heeft. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens wettelijke rente af en veroordeelde het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAZ-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag.