ECLI:NL:CRVB:2009:BI3028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens niet-toegenomen beperkingen binnen vijf jaar
Appellant, een voormalig zelfstandig marktkoopman, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens rugklachten die sinds 1998 zijn ontstaan. Na een initiële weigering in 1999 wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid, meldde appellant in 2005 een vermeerdering van zijn klachten. Het UWV weigerde opnieuw de uitkering omdat de vermeende toename niet binnen vijf jaar na de eerste beoordeling viel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts werd gevolgd. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn klachten al vóór 2004 waren verergerd, veroorzaakt door slijtage door jarenlang werk als stratenmaker.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 20 WAZ Pro de uitkering alleen wordt toegekend als de toename van arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de eerste beoordeling plaatsvindt en voortkomt uit dezelfde oorzaak. De medische gegevens, waaronder rapporten van een neuroloog en orthopedisch chirurg, toonden geen toename van beperkingen binnen die periode. Appellant leverde geen overtuigend medisch bewijs ter onderbouwing van zijn stelling.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat de beperkingen van appellant binnen vijf jaar na de eerste beoordeling niet zijn toegenomen.