ECLI:NL:CRVB:2009:BI3019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- K.J. Kraan
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende rekening gehouden met ernst plichtsverzuim bij disciplinaire straf ambtenaar
Appellant, senior WOZ-taxateur bij de Gemeentelijke Belastingdienst, werd beschuldigd van ernstig plichtsverzuim vanwege het niet melden van privé-onderhandelingen over het huren van parkeervakken bij een zakelijke relatie, Vestia. Na een klacht van Vestia legde het college hem onvoorwaardelijk ontslag op, later gewijzigd in voorwaardelijk ontslag met overplaatsing naar een lager betaalde functie.
De Raad oordeelde dat er geen expliciete meldingsplicht bestond, maar wel integriteitseisen die een melding bij mogelijke belangenverstrengeling vereisten. Appellant had deze plicht geschonden door zijn onderhandelingen niet te melden, wat leidde tot belangenverstrengeling en het ondermijnen van de geloofwaardigheid van de gemeente.
De Raad vond echter dat de opgelegde straf, een combinatie van voorwaardelijk ontslag en langdurige overplaatsing, onevenredig zwaar was gezien het feit dat het plichtsverzuim minder ernstig was dan aanvankelijk werd aangenomen. De Raad stelde dat een lichtere straf passend zou zijn geweest en dat het college een nieuwe beslissing moest nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant in zowel eerste aanleg als hoger beroep. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en proportionele sancties bij disciplinaire maatregelen binnen het ambtenarenrecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot voorwaardelijk ontslag en overplaatsing wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.