ECLI:NL:CRVB:2009:BI2494
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffers wegens ontbreken vervolging
Appellanten, geboren in het voormalige Nederlands-Indië, hebben een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij gaven aan tijdens de Japanse bezetting onder beschietingen en bombardementen te zijn geëvacueerd en zich zoveel mogelijk aan het maatschappelijk leven te hebben onttrokken.
De verweerster wees de aanvragen af omdat appellanten geen vervolging in de zin van de Wet hebben ondergaan. De Raad overwoog dat vervolging inhoudt dat personen vrijheidsberoving hebben ondergaan door opsluiting met permanente bewaking, wat niet het geval was bij appellanten. Hun situatie van onttrekking aan het maatschappelijk leven werd niet gelijkgesteld aan onderduik of vervolging.
Verder voldeden appellanten niet aan de voorwaarden voor gelijkstelling met vervolgden omdat zij niet de Nederlandse nationaliteit bezaten en niet in omstandigheden verkeerden die gelijkgesteld konden worden. De Raad verklaarde de beroepen ongegrond en wees de aanvragen af.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de aanvragen afgewezen wegens het ontbreken van vervolging en niet voldoen aan gelijkstellingsvoorwaarden.