ECLI:NL:CRVB:2009:BI2193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag politieambtenaar wegens vermeende ongeschiktheid herroepen
Appellante, werkzaam als politieambtenaar sinds 1994, werd onvoorwaardelijk ontslagen wegens ongeschiktheid nadat in een door haar verhuurde woning een hennepplantage werd aangetroffen. Tijdens het disciplinaire onderzoek gaf zij onduidelijke en tegenstrijdige verklaringen over haar betrokkenheid en de financiële transacties.
De korpsbeheerder verloor het vertrouwen in appellante en wees dit als grond voor ontslag aan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de ongeschiktheid moet worden aangetoond aan de hand van concrete gedragingen. Het strafrechtelijk sepot en het ontbreken van bewijs voor betrokkenheid maken dat de verklaringen over de verhuur niet langer aan ongeschiktheid kunnen worden toegerekend.
Hoewel sommige verklaringen niet volledig consistent waren, acht de Raad deze niet zodanig onjuist of onvolledig dat zij ongeschikt is. Ook de contante kasstortingen waren niet van dien aard dat ze twijfel over haar betrouwbaarheid rechtvaardigen. De Raad concludeert dat de korpsbeheerder niet bevoegd was het ontslag te verlenen en vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast veroordeelt de Raad de korpsbeheerder tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijke ontslag van appellante wordt herroepen en het besluit van de korpsbeheerder vernietigd.