ECLI:NL:CRVB:2009:BI1918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening vaststelling dagloon WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft een WAO-uitkering ontvangen op basis van een dagloon vastgesteld in 1996. Zij verzocht in 2007 om herziening van dit dagloon, stellende dat het te laag was vastgesteld. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde dat haar dagloon gebaseerd had moeten worden op haar verdiensten bij de GGD, maar dit argument was reeds aan te voeren bij het oorspronkelijke besluit en vormt geen nieuw feit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht het verzoek om herziening heeft afgewezen met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro. Er is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat de aangehaalde vergelijkingen niet als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd.
De Raad bevestigt het vonnis van de rechtbank en wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van het dagloon wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.