ECLI:NL:CRVB:2009:BI1899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, die een WAO-uitkering ontvangt op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, heeft een verzoek gedaan tot verhoging van haar uitkering wegens vermeende toename van haar klachten, met name aan haar rechter voet en gewrichten.
Het UWV heeft dit verzoek afgewezen omdat er geen medische grondslag was voor een toename van de arbeidsongeschiktheid. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de toegenomen voetklachten weliswaar tot meer locomotore beperkingen leidden, maar dat de overige klachten niet waren toegenomen en dat appellante een belastbaarheid van 30 uur per week had.
De rechtbank oordeelde dat het standpunt van het UWV voldoende was gemotiveerd en dat de voor appellante geselecteerde functies passend waren. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beoordeling, stellende dat haar psychische en lichamelijke beperkingen zwaarder waren dan aangenomen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd. De Raad achtte de medische onderbouwing toereikend en vond dat appellante de geduide functies kon verrichten. Er was geen aanleiding om de arbeidsongeschiktheidsklasse te wijzigen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van verhoging van de WAO-uitkering wordt bevestigd.