ECLI:NL:CRVB:2009:BI1811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van procesbelang na waarschuwing WWB
Appellante ontvangt sinds augustus 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Groningen legde haar in januari 2006 een maatregel op waarbij de bijstand met 40% werd verlaagd wegens het niet tijdig verstrekken van relevante informatie en onvoldoende verantwoordelijkheid. Na bezwaar verklaarde het College in december 2006 het besluit gedeeltelijk gegrond en legde een schriftelijke waarschuwing op omdat niet alle bankrekeningen waren opgegeven.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze waarschuwing niet-ontvankelijk omdat het geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht betrof. Appellante ging hiertegen in hoger beroep. De Raad stelde ambtshalve de vraag of appellante nog procesbelang had, aangezien meer dan twaalf maanden waren verstreken sinds de waarschuwing.
Volgens artikel 13, tweede lid, van de Maatregelenverordening WWB gemeente Groningen leidt een waarschuwing na twaalf maanden niet meer tot nadelige gevolgen. De Raad concludeerde dat appellante geen belang meer had bij inhoudelijke beoordeling van het besluit en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.