ECLI:NL:CRVB:2009:BI1763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant had een WAO-uitkering die per 11 april 2006 werd ingetrokken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na afwijzing van bezwaar en beroep tegen deze intrekking, verzocht appellant het Uwv om herziening van het besluit op basis van nieuwe feiten. Dit verzoek werd door het Uwv afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft vermeld die een herziening rechtvaardigen. De Raad wijst erop dat de rechtspraak over duuraanspraken niet zonder meer van toepassing is op gevallen waarin een WAO-uitkering in het verleden is ingetrokken. Tevens kunnen stukken die pas in hoger beroep zijn ingebracht niet worden betrokken bij de beoordeling van het verzoek tot herziening.
De Raad concludeert dat het Uwv in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen en dat het hoger beroep niet kan slagen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd met gedeeltelijke verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op de intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.