ECLI:NL:CRVB:2009:BI1135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering met in standlating rechtsgevolgen wegens gewijzigde arbeidskundige functies
Appellant, ziek gemeld in 1999 wegens schouderklachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Na een herbeoordeling in 2006 trok het UWV de uitkering in op basis van een arbeidsdeskundig rapport dat geen verlies aan verdiencapaciteit vaststelde.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat in de bezwaarfase onvoldoende passende functies waren vastgesteld, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren over onderschatting van beperkingen en de geschiktheid van functies.
De Raad bevestigde de medische grondslag en oordeelde dat de arbeidskundige grondslag voldoende was, mede door een nadere berekening en vervanging van functies. Omdat het UWV in hoger beroep de functies waarop de schatting was gebaseerd had gewijzigd, vernietigde de Raad de aangevallen uitspraak voor zover deze de rechtsgevolgen in stand liet, maar bepaalde zelf dat deze rechtsgevolgen wel gehandhaafd blijven.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten aan appellant en besloot tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.