ECLI:NL:CRVB:2009:BI0968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijzondere bijstand na verhuizing en borgtocht
Appellante had bijzondere bijstand ontvangen voor een lening bij de Stadsbank Midden Nederland, waarbij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen borg stond. Na verhuizing naar een andere gemeente werd de bijzondere bijstand stopgezet en bij niet-nakoming van betalingsverplichtingen betaalde het College het leningbedrag aan de bank en vorderde dit terug van appellante.
Appellante maakte bezwaar tegen de terugvordering en stelde tevens beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar, met een verzoek om oplegging van een dwangsom. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar deed geen uitspraak over het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De Raad oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is geworden na het besluit op bezwaar. Ook was geen aanleiding voor een dwangsom, omdat het College alsnog op bezwaar besliste. De Raad bevestigt dat het College terecht gebruik maakte van borgtocht als vorm van bijzondere bijstand en dat de beëindiging van bijzondere bijstand na verhuizing rechtmatig was. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard en de rest van de uitspraak wordt bevestigd.