ECLI:NL:CRVB:2009:BI0632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenvergoeding op basis van forfaitaire bedragen in bestuursrechtelijke uitkeringszaak
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het niet toekennen van een aansluitende uitkering en na meerdere besluiten en bezwaarprocedures werd uiteindelijk aan haar bezwaren tegemoetgekomen. Zij trok het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank kende een proceskostenvergoeding toe op basis van de forfaitaire bedragen genoemd in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Appellante stelde dat vanwege de gebrekkige deskundigheid van het UWV zij hogere kosten had moeten maken voor rechtsbijstand en verzocht om vergoeding van het volledige bedrag.
De Raad overwoog dat afwijking van de forfaitaire bedragen alleen in bijzondere omstandigheden mogelijk is, bijvoorbeeld bij uitzonderlijk hoge kosten door gebrekkige informatieverstrekking. De Raad vond echter dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een afwijking rechtvaardigen.
Daarmee bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek van appellante tot een hogere proceskostenvergoeding af. Tevens werd overwogen dat geen gronden aanwezig waren voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De proceskostenvergoeding wordt bevestigd op basis van de forfaitaire bedragen in het Besluit proceskosten bestuursrecht zonder afwijking naar hogere kosten.