ECLI:NL:CRVB:2009:BI0579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beperkingen voor repetitieve handelingen in WAO-uitkeringszaak
Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 september 2005 waarbij haar WAO-uitkering werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Middelburg verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, omdat onvoldoende rekening zou zijn gehouden met beperkingen voor repetitieve belasting in de FML.
In hoger beroep stelde appellant dat de FML wel degelijk mogelijkheden biedt om beperkingen voor repetitieve handelingen aan te geven en dat de medische rapportages niet tegenstrijdig zijn. De Raad overwoog dat de FML inderdaad beperkingen voor repetitieve bewegingen kan weergeven en dat er voldoende rekening is gehouden met de medische beperkingen van betrokkene. De Raad vond de tegenstrijdigheden in de rapportages niet aannemelijk en oordeelde dat de medische grondslag van het besluit juist is.
Het nieuwe besluit van 7 maart 2007, waarbij de WAO-uitkering werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, werd als juist beoordeeld. Het beroep tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. De Raad veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten aan betrokkene vanwege de erkenning van de onjuistheid van het eerdere besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 7 maart 2007 wordt ongegrond verklaard en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.