ECLI:NL:CRVB:2009:BH9466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na herroeping onrechtmatig loondoorbetalingsbesluit UWV
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een loondoorbetalingsverplichting opgelegd door het UWV in een besluit van 31 juli 2003. Na bezwaar heeft het UWV op 2 mei 2006 dit besluit herroepen omdat het onrechtmatig bleek te zijn. Appellante trok daarop het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente en vergoeding van kosten.
De Raad overwoog dat het UWV door het handhaven van het onrechtmatige besluit een onrechtmatige daad heeft gepleegd en aansprakelijk is voor de schade die daaruit voortvloeit. De schadevergoeding wordt beoordeeld aan de hand van burgerrechtelijke principes. Het UWV kan echter slechts aansprakelijk worden gesteld voor 70% van het doorbetaalde loon, met inachtneming van het wettelijk minimumloon, conform de toepasselijke arbeidsrechtelijke bepalingen.
De Raad stelde vast dat het gevorderde bedrag aan doorbetaald loon inclusief vakantiegeld €7.300,94 bedroeg, waarover wettelijke rente werd gevorderd over een periode van 14 oktober 2003 tot 3 mei 2006. De Raad oordeelde dat deze periode passend is en veroordeelde het UWV tot betaling van de wettelijke rente over 70% van het loonbedrag. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep ter hoogte van in totaal €1.771,-.
De Raad wees erop dat vergoeding van het griffierecht rechtstreeks bij het UWV moet worden gevorderd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 maart 2009.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over 70% van het onterecht doorbetaalde loon en tot vergoeding van proceskosten.