ECLI:NL:CRVB:2009:BH9358
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hernieuwde aanvraag WUBO-uitkering wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellant, geboren in 1942 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht meerdere malen om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische klachten gerelateerd aan zijn oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting en Bersiap-periode. Na eerdere afwijzingen diende hij in 2006 een hernieuwde aanvraag in wegens verergering van zijn psychische klachten.
Verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, liet appellant medisch onderzoeken en ontving adviezen van verschillende geneeskundige adviseurs. Deze concludeerden unaniem dat ondanks toegenomen psychische klachten, waaronder een milde dysthyme stoornis, geen sprake is van blijvende invaliditeit in de zin van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
Appellant voerde aan dat hij zijn klachten onvoldoende had kunnen toelichten tijdens het onderzoek, maar de Raad achtte het medisch onderzoek en de beschikbare gegevens voldoende en vond geen aanleiding voor een psychiatrische expertise. De Raad concludeerde dat de psychische klachten niet invaliderend zijn en dat de oorlogservaringen niet de doorslaggevende oorzaak zijn van een blijvende invaliditeit.
Daarom werd het beroep van appellant ongegrond verklaard en werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 maart 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de hernieuwde WUBO-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit.