ECLI:NL:CRVB:2009:BH8814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer werd aangenomen. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld en dat zij medisch niet geschikt was voor de functies die ten grondslag lagen aan de schatting.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen objectieve medische aanknopingspunten waren om aan te nemen dat appellante meer beperkt was dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Ook de arbeidskundige onderbouwing van het UWV werd als toereikend en inzichtelijk beoordeeld. De Raad vond geen aanwijzingen voor een verhoogd ziekteverzuimrisico.
Daarmee faalde het hoger beroep en werd de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevochten, bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep faalt en de intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.