ECLI:NL:CRVB:2009:BH8264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering bij 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het beroep tegen het besluit van het UWV tot toekenning van een WAO-uitkering ongegrond verklaarde. De Raad heeft het onderzoek ter zitting verricht zonder aanwezigheid van appellant, die nadere stukken had ingediend binnen de wettelijke termijn.
De Raad oordeelt dat het UWV voldoende medische en arbeidskundige gegevens heeft verzameld, waaronder rapportages van de behandelend internist en de verzekeringsarts. De medische situatie van appellant, met name de echinococcen cysten in de lever en de beperkingen die hieruit voortvloeien, zijn adequaat in kaart gebracht. Psychische klachten die appellant later aanvoerde, zijn niet relevant voor de datum van het besluit.
De Raad ziet geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank over de medische en arbeidskundige grondslag te wijzigen. Ook is niet gebleken dat appellant de voorgestelde werkzaamheden niet kan verrichten. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot toekenning van een WAO-uitkering met 15-25% arbeidsongeschiktheid.