ECLI:NL:CRVB:2009:BH7648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak over herziening WAO-uitkering en medische beperkingen
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad waarin het beroep tegen het bestreden besluit van het UWV gegrond werd verklaard, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand bleven. De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek door de verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig en overtuigend was en dat de arbeidskundige onderbouwing van de geduide functies toereikend was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de geduide functies niet met hem waren besproken, dat het UWV verouderde medische gegevens gebruikte en dat zijn beperkingen niet volledig waren meegewogen, met name op het gebied van conflicthantering, werken met toetsenbord en muis en werken in koude omstandigheden. Het UWV verweerde zich met een uitgebreide toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige en medische rapportages.
De Raad overwoog dat de klacht over het ontbreken van overleg over de functies niet meer hoefde te worden besproken, dat het UWV niet van verouderde medische gegevens was uitgegaan en dat de toelichting op de geschiktheid van de functies overtuigend was. Ook de berekening van het verlies aan verdiencapaciteit werd bevestigd, waarbij een maatmanomvang van 40 uur per week niet leidde tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan 25%.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat de herziening van de WAO-uitkering terecht is en dat de medische beperkingen en passende functies voldoende zijn onderzocht en onderbouwd.