ECLI:NL:CRVB:2009:BH7530
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs individuele betrokkenheid
Appellante, geboren in 1934 in voormalig Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees het verzoek af wegens onvoldoende bewijs dat appellante persoonlijk en direct getroffen is door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Het bezwaar werd gehandhaafd. Appellante voerde onder meer bedreigingen en geweldservaringen aan in Semarang en Bandoeng.
De Raad onderzocht de aangevoerde feiten zorgvuldig, raadpleegde historische gegevens en getuigen, maar vond geen bevestiging van individuele betrokkenheid. De Raad benadrukte dat algemene oorlogsomstandigheden en ontwrichting van het gezinsleven niet leiden tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer.
Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. Het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van haar aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.