ECLI:NL:CRVB:2009:BH7290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand voor kosten duplicaten bankafschriften na onrechtmatig besluit
Appellant, sinds 1998 bijstandontvanger, verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van duplicaten van bankafschriften die hij moest opvragen om te voldoen aan een verzoek van het College Rotterdam. Het College wees deze aanvraag af omdat de kosten niet uit bijzondere omstandigheden voortvloeiden, en het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De Raad oordeelt dat het College geen gegronde reden had om een uitgebreid vermogensonderzoek te doen over een periode van vijf jaar, mede omdat appellant destijds gehuwd was en het vrij te laten vermogen hoger was dan het saldo op de bankrekening. De kosten van de duplicaten zijn daardoor wel degelijk bijzondere noodzakelijke kosten.
De Raad vernietigt het besluit van 12 december 2006 en het primaire besluit van 2 oktober 2006, verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat aan appellant bijzondere bijstand wordt toegekend tot € 661,50. Tevens veroordeelt de Raad het College tot schadevergoeding wegens vertraagde betaling en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Bijzondere bijstand voor kosten duplicaten bankafschriften wordt toegekend en eerdere besluiten worden vernietigd.