ECLI:NL:CRVB:2009:BH7243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bolt
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering en hoorplicht
Appellante kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken door het UWV op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellante niet ten onrechte niet was gehoord en dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts geen aanleiding gaf tot een nieuwe hoorzitting.
In hoger beroep stelde appellante dat zij ten onrechte niet opnieuw was gehoord en dat zij niet kon reageren op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad overwoog dat hernieuwd horen niet verplicht is, tenzij uit zorgvuldigheidsoverwegingen noodzakelijk, wat hier niet het geval was. Het rapport van de bezwaarverzekeringsarts leverde geen nieuwe feiten op die een nieuwe hoorzitting vereisten.
De medische beperkingen van appellante waren naar het oordeel van de Raad juist vastgesteld. Wel waren er signaleringen over de geschiktheid van de geduide functies, die pas later voldoende waren toegelicht door een bezwaararbeidsdeskundige. Hierdoor werd het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.