ECLI:NL:CRVB:2009:BH7241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, sinds 1994 arbeidsongeschikt verklaard met een uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid, werd in 2006 herbeoordeeld. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast via een Functionele Mogelijkheden Lijst, waarna een arbeidsdeskundige geschikte functies selecteerde die appellante kon verrichten met een verdienvermogenverlies van minder dan 15%. Het UWV trok daarop de WAO-uitkering in, maar verklaarde later het bezwaar gegrond en zette de uitkering voort met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een fout in de uitlooptermijn bij de functieselectie, maar erkende de juistheid van de medische en arbeidskundige beoordeling. Het UWV stelde daarop een nieuw besluit vast met een aangepaste herzieningsdatum. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de kennelijke misslag in de rechtbankuitspraak geen gevolgen heeft en dat de medische rapportages, inclusief recente huisartsgegevens, een zorgvuldige beoordeling vormen. De oudere medische rapporten uit 1996 en 1997 zijn niet relevant voor de actuele situatie.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellante liggen en dat het UWV haar niet ten onrechte als niet volledig arbeidsongeschikt heeft beoordeeld. Het hoger beroep faalt, en ook het beroep tegen het latere besluit van 24 juli 2007 wordt ongegrond verklaard. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.