ECLI:NL:CRVB:2009:BH7077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op het in 1994 genomen besluit tot intrekking van haar WAO-uitkering. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe medische feiten of veranderde omstandigheden die een heroverweging konden rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor een hernieuwd verzoek tot terugkomen op een ambtshalve genomen besluit nieuwe feiten of omstandigheden moeten worden aangevoerd. Appellante stelde dat een rapport van een neuropsycholoog uit 2003 nieuwe inzichten gaf over haar beperkingen die ook al in 1994 bestonden, maar volgens de Raad richtte dit onderzoek zich op de situatie in 2003 en waren de beperkingen vanaf 2000 stationair.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het verzoek afwees en het eerdere besluit kon handhaven. Er was geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die een herziening rechtvaardigen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Zutphen werd bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het intrekkingsbesluit van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.