ECLI:NL:CRVB:2009:BH7075
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Anti-cumulatie van huishoudelijke hulpvoorzieningen op grond van AWBZ en WUV
Appellante, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV), maakte bezwaar tegen besluiten van de Pensioen- en Uitkeringsraad die haar vergoeding van de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp betroffen. Zij stelde dat de toegekende 8 uur huishoudelijke hulp per week onvoldoende was en dat de indicatie voor het Persoonsgebonden Budget (PGB) voor huishoudelijke zorg op andere zorg zag dan de op grond van de WUV toegekende voorziening.
De Raad oordeelde dat artikel 20 van Pro de WUV bepaalt dat kosten die elders worden vergoed in mindering moeten worden gebracht, en dat het beleid van verweerster om bij toekenning van een PGB alleen de eigen bijdrage op grond van de WUV te vergoeden, redelijk is. De Raad verwierp de stelling dat de indicatie voor het PGB een andere soort huishoudelijke hulp betreft, aangezien huishoudelijke hulp als zodanig wordt beschouwd ongeacht de specifieke invulling.
De Raad concludeerde dat de beroepen ongegrond zijn en dat er geen grond is voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt dat cumulatie van voorzieningen voor huishoudelijke hulp op grond van AWBZ en WUV niet leidt tot dubbele vergoeding van kosten, met name de eigen bijdrage.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en het beleid van vergoeding van alleen de eigen bijdrage op grond van de WUV bij toekenning van een PGB wordt bevestigd.