ECLI:NL:CRVB:2009:BH6540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid tot arbeid na medische beoordeling
Appellant, laatst werkzaam als medewerker tuinbouw, viel op 23 augustus 2004 uit wegens lichamelijke klachten en werd per 14 februari 2005 hersteld verklaard. Na een ziekmelding op 12 oktober 2005 wegens diverse klachten, werd hij door de Ziektewet-arts en bezwaarverzekeringsarts medisch onderzocht. Op 24 mei 2006 besloot het UWV dat appellant niet langer ongeschikt was voor zijn arbeid en stelde het recht op ziekengeld stop.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Raad de eerdere oordelen en overwegingen, waarbij de medische onderzoeken als zorgvuldig en volledig worden beoordeeld. De Raad acht de medische rapporten, waaronder die van de huisarts, orthopedisch chirurg en neuroloog, niet voldoende aanleiding om het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts te wijzigen.
De Raad concludeert dat appellant op objectieve medische gronden geschikt is voor zijn laatst verrichte arbeid en dat het besluit van het UWV rechtmatig is. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.