ECLI:NL:CRVB:2009:BH6240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100%. Na medisch en arbeidskundig onderzoek trok het UWV de uitkering in per 21 februari 2006 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar en kreeg gedeeltelijk gelijk, maar de rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit alleen omdat de geschiktheid van de functies onvoldoende was toegelicht, niet vanwege de medische beoordeling.
In hoger beroep betwistte appellante de medische grondslag van het besluit met aanvullend medisch bewijs van een bekkenfysiotherapeute. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen de medische situatie juist hadden beoordeeld en dat de aanvullende verklaring onvoldoende onderbouwd was, mede omdat er geen artsenrapporten waren die de bevindingen ondersteunden.
De Raad bevestigde dat appellante geschikt was voor de geduide functies en dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht was. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak bevestigt daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank voor zover het bestreden besluit werd aangevochten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.