ECLI:NL:CRVB:2009:BH5252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing verzoek tot toekenning WAO-uitkering na eerdere beslissing
Appellant had een WAO-uitkering geweigerd gekregen omdat hij reeds volledig arbeidsongeschikt was op het moment van verzekering. Na een eerdere niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar tegen deze afwijzing, vroeg appellant het UWV om terug te komen op het besluit. Het UWV wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk, omdat appellant niet duidelijk had gemaakt dat hij terugkomst van het eerdere besluit vroeg. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het bezwaar wel ontvankelijk was en dat het besluit van het UWV karakter had van een besluit waartegen bezwaar mogelijk is.
De Raad stelt vast dat het eerdere besluit van afwijzing van de WAO-uitkering onherroepelijk is geworden, omdat tegen de niet-ontvankelijkverklaring geen rechtsmiddel is aangewend. De toezegging van een medewerker van het UWV over een mogelijke nabetaling kan niet worden gezien als een nieuw feit of gewijzigde omstandigheid.
Daarom is het beroep tegen het besluit om niet terug te komen op het eerdere besluit ongegrond. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet terug te komen op het eerdere besluit tot weigering van een WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.